Historische wandeling langs een Romeins verleden van Nijmegen

Rob Croes ( Rob Croes )

 

Vertrekpunt  NS-station, langs de Waalkade, Valkhof, Oost-Nijmegen en delen van het Romeins Aquaduct in Berg en Dal

 

                                                                                                                                                           Naar: Voorpagina

                                                                                                              Naar: Routebeschrijving van de wandeling

                                                                                                      Naar: Plattegrond Legerplaats 10e legioen LXG

Gedrukt door: Historische Kring Bemmel (uitverkocht)

 

Inleiding

 

Nijmegen is verreweg de belangrijkste Romeinse vindplaats van Nederland. Hoewel dit Romeinse verleden van Nijmegen grotendeels ‘onder het maaiveld’ ligt, geeft deze wandeling en de beschrijving een goede indruk van de 400 jaar Noviomagus.

Lengte: 13 km, eindpunt: Berg en Dal (met de bus terug naar Nijmegen). Het is een pittige wandeling door mooi en vaak geaccidenteerd terrein. Ook met een mountainbike te doen.

 

De wandeling loopt van NS-station, Kronenburgerpark, Hezelstraat, Waalkade, Valkhof, Heuvelrug langs de Ooij, Broerdijk (begin van het Romeins waterleidingtracé), Kwakkenberg, Heilig Landstichting, De Meerwijk, Berg en Dal. Optioneel: nog 2 km naar Beek (met de bus terug naar Nijmegen).

 

Nijmegen is ook de stad van Bataven, Romeinen, Karel de Grote, Barbarossa, Mariken van Nieumeghen, NEC, de wandelvierdaagse, studenten en 156.000 inwoners. Via Oppidum Batavorum, Ulpia Noviomagus Batavorum, Numaga, Nieumeghen en nu Nijmegen, de Gelderse stad op de stuwwal uit de voorlaatste ijstijd aan de Waal met de licht Bourgondische inslag van beneden de grote rivieren én (na lang gekibbel met Maastricht) tóch de oudste stad van Nederland mét een Romeins Aquaducttracé.

 

 

De geschiedenis van de Bataven en Romeinen

Omstreeks 50 v.Chr. vestigden immigranten uit Hessen zich in het stroomgebied van de Waal. Ze vormden samen met de lokale bevolking de stam der Bataven. De Bataven ontvingen de Romeinen met open armen. Veel van de Bataafse mannen deden dienst in het Romeinse leger, sommigen zelfs als lijfwacht van de keizer. Na 25 dienstjaren kwamen zij terug als veteraan. De meeste konden Latijn spreken, lezen en schrijven.

Romeinse legerplaatsen
Bovenop de stuwwal in Nijmegen-Oost legden de Romeinen hun eerste legerplaats aan rond 15 voor Chr. 12.000 man vonden
daarin onderdak. Dit uit hout en leem opgetrokken legerkamp (Castra) was onderdeel van een strategische reeks van legerplaatsen, waar troepen tijdelijk lagen die de verovering van Germania moesten bewerkstelligen.
Na het jaar 70 (Bataafse opstand) wordt de Romeinse Castra in steen opgetrokken. Groots en monumentaal. Vijfduizend soldaten waren daar gelegerd. Ongeveer 400 n.Chr. verlaat de laatste Romein Nijmegen

Oppidum Batavorum - oudste stad van Nederland
Terwijl op het in Nijmegen-Oost, Het Kops Plateau, de soldaten gelegerd waren, bouwden de Romeinen omstreeks 15 v.Chr. op het Valkhof en omgeving een nederzetting in Romeinse trant: hier woonden Romeinse ambtenaren en Gallische handelaren en ambachtslieden. Het kreeg de naam Oppidum Batavorum, stad van de Bataven, maar Bataven woonden er niet of nauwelijks. Monumenten van steen gaven Oppidum Batavorum een stedelijk aanzien, zoals de godenpijler met afbeelding van keizer Tiberius en allerlei Romeinse goden uit het jaar 17. Aan deze pijler ontleent Nijmegen zijn 2000-jaar bestaan als stad.

Wetenswaardigheden voor de wandeling

Nijmegen was een noordelijke grensplaats van het Romeinse Rijk (de zgn. Limes). Bij de komst van de Romeinen, 15 v.Chr. worden de Bataven, de oorspronkelijke bewoners van deze gebieden, gekoloniseerd. De Bataven kozen de ‘wijste’ partij en werden bondgenoten van de Romeinen.

Maar er sluimerde nog altijd verzet. Toen in 69 n.Chr., na de dood van Keizer Nero, de verschillende troonpretendenten elkaar de opvolging betwistten en het Romeinse gezag verzwakt was, zagen de Bataven hun kans schoon. Onder leiding van Julius (Claudius) Civilis kwamen ze in opstand. Aanvankelijk met succes.

In 70 n.Chr. namen de Romeinen tegenmaatregelen. Acht legioenen werden naar het Noorden gestuurd. Civilis werd bij Xanten (Colonia Ulpia Traiana) verslagen. Hij vluchtte naar Nijmegen maar daar zag hij knarsetandend met grimmige blik de Romeinse heerscharen naderen. Civilis vluchtte naar het eiland van de Bataven, nu de Betuwe, nadat hij de stad Oppidum Batavorum (de voorloper van Nijmegen-centrum) in brand had gestoken. In oktober van het jaar 70 capituleerde Julius Civilis.

De legerleiding van de Romeinen besloot een nieuw, versterkt stenen kamp aan te leggen op de Hunnerberg. Dit werd de Castra (de legerplaats) van het Tiende Legioen, met de bijnaam Gemina (tweeling). De afkorting van dit legioen LXG is bij opgravingen veel male teruggevonden op dakpannen, tegels etc.

 

Het 10e legioen is hier meer dan dertig jaar gebleven. In deze periode was het rustig aan de grens. De Romeinen hadden het op een akkoordje gegooid met de Bataven.

 

De Castra wordt na 70 in steen opgetrokken. De vesting had de vorm die alle Romeinse vestingen kenmerkte: een rechthoek omgeven door een muur met een of meer grachten en in vieren gedeeld door twee hoofdwegen. De Castra was 16,5 ha. Groot. Er waren ongeveer 5000 man gelegerd (zie de link naar Legerplaats). De Mansio (herberg), van 40 bij 25 m, is tot in details nagebouwd in het Archeon te Alphen aan de Rijn. In het Archeon bevindt u zicht echt in een Romeinse omgeving. U kunt er zelfs ook Romeins eten.

De Castra was gelegen tussen de huidige Berg en Dalseweg, Museum Kamstraat, Ubbergseweg, Broerweg en de Beekmansdalseweg.

 

Het Tiende Legioen is in 104 na Chr. Verplaatst naar Boedapest, waar ze de soldaten nodig hadden, om de grens te verdedigen.

 

Rondom de vesting bloeide een kampdorp (Canabae Legionis), met ambachten, levendige handel en vertier. Aan de oostzijde stond een markthal (Forum), een soort supermarkt. Even ten zuiden van de vesting bevond zich een amfitheater (Mesdagstraat / Rembrandtstraat). Verder trof men er smederijen, glasblazers, harnasmakers, kroegen en meisjes van lichte zeden. Kortom deze grote agglomeratie had veel water nodig voor al deze activiteiten.

 

De Romeinen gebruiken ca 100 liter water per dag per persoon, voor baden, drinkwater en ander huishoudelijk gebruik. Europeanen van nu gebruiken 150 liter of meer per persoon per dag. Soms hadden de Romeinen extra water nodig voor hun spelen in het amfitheater. Ze hielden daar ‘zeeslagen’ met galeien.

Hoe werd in die hoge waterbehoefte voorzien? In Keulen betrok men het water via een waterleiding van 70 km lengte uit de bergen ten westen van de stad. In de legerplaats Xanten haalde men het water via goten van steen en hout uit de Sonsbecker Berg, over een afstand van ca 7,5 km. Het ligt dan ook voor de hand dat men in Nijmegen eenzelfde oplossing voor de watertoevoer heeft gezocht. Temeer omdat er in de Castra tot nu toe slechts één diepe waterput is gevonden. Absoluut onvoldoende voor die enorme waterbehoefte.

 

Een aantal archeologen had de mogelijkheid van het bestaan van een kunstmatige watervoorziening uit de heuvels bij Berg en Dal al te berde gebracht. Maar de zaak kwam in een stroomversnelling toen prof. Dr. B. Th. Brus in 1999 een artikel schreef over een mogelijke waterleiding van ongeveer 7 km. Brus is een oprechte amateur-geoloog. Hij werd gefascineerd door aardwerk (grondwerk) dat hij in het landschap van Berg en Dal aantrof. Zoals hijzelf zei: “Wanneer niemand mij een verklaring kan geven van wat ik zie, ga ik zelf een verklaring zoeken”. Hij ging o.a. hoogtemetingen uitvoeren. Op basis hiervan kwam hij tot de conclusie dat de aardwerken mogelijke resten waren van een Romeinse waterleiding. Als zijn hypothese juist is, hebben we te maken met een van de weinige zichtbare archeologische monumenten uit de Romeinse tijd in ons land en bovendien met een van de grootste monumenten in Nederland.

Verder heeft men al uit historisch onderzoek kunnen vaststellen dat het niet gaat om recente aardwerken.

De gevonden aardwerken bestaan uit drie dalen, 300 tot 1000 meter lang en op dit moment 14 meter diep en drie dammen van 75 tot 100 meter lang en 5 meter hoog. In totaal is er 350.000 m3 grond verzet. Als we rekenen met 1 m3 grond per dag per man dan is er 1.000 manjaar aan werk uitgevoerd.

 

De hypothese van Brus, dat alleen de Romeinen in staat zijn geweest om deze aardwerken aan te leggen, blijft ook overeind na onderzoek van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Aanvullen onderzoek is echter noodzakelijk om uitsluitsel te geven over de Romeinse oorsprong van de aardwerken.

 

De hypothese van Brus werd door hem onderbouwd op drie manieren:

a.      Hij kon uit historisch onderzoek aantonen dat geen andere macht dan die van de Romeinen in staat was geweest de enorme aardwerken te realiseren.

b.      Volgens hoogtemetingen klopt het verval van het waterleidingtracé.

c.      Volgens de vormenleer van het landschap (geomorfologie) kunnen de dalen nauwelijks een natuurlijke oorsprong hebben.

 

 

Herkenningspunten van een Romeins verleden in Nijmegen (buiten de wandelroute):

-          Stadswapen: dubbelkoppige adelaar. Verwijst zowel naar de middeleeuwen als naar het Romeinse verleden.

-          Godenpijler: uit het jaar 17 n.Chr. staat in Het Valkhofmuseum.

-          Markeringen van een wachtpost: langs een Romeinse weg in het Heumensoord

-          Beeld van Civilis: aan de gevel van het stadhuis tussen acht keizers.

-          Via Romana: een (fiets-, auto-) tocht door de streek tussen Nijmegen (Ulpia Noviomagus) en Xanten (Colonia Ulpia Traiana).

-          “Loden Lady”: Loden sarcofaag van een rijke dame ca 325. Opgegraven in de Burchtstraat (in depot).

-          Romeinse activiteiten: Bijbels Openluchtmuseum gedurende de hele zomer.

-          Contouren gebouwen van een burgerlijke nederzetting: Waterkwartier het Maasplein, Ulpia Noviomagus Batavorum (Ulpische Nieuwmarkt in het land van de Bataven van 70 n.Chr.

-          Amfitheater: gekleurde stenen in het wegdek van Mesdag- / Rembrandtstraat.

-          Computer animaties/reconstructies: het Romeinse uit hout en leem opgetrokken Praetorium (Commandantwoning van 10 v.Chr.)  en de stenen Principia (Hoofdkwartier van 90 n.Chr.’). Te zien in het Valkhofmuseum http://www.museumhetvalkhof.nl/principia3.htm

 

 

 

De ‘atlassen’ uit de tijd van de Romeinen

 

Bekend zijn de Tabula Peuteringiana, het werk van Ptolemaeus en het Itinerarium Antonini.

Een fragment de ‘kaart van Peutinger’ is hier afgebeeld. Midden bovenin staat Noviomagi (Nijmegen).

Gerardus Mercator heeft in 1578 m.b.v. het Geografisch Handboek van Ptolemaeus de plaats Batavodurum (Oppidum Batavorum, Nijmegen) op een kaart afgebeeld. Verder zijn er geen atlassen uit die tijd.

 

Het Geografisch Handboek van de geograaf Ptolomaeus, tweede eeuw, en het Itinerarium Antonini, de ´reisgids van Antonius´ uit de vierde eeuw zijn geen kaarten maar opsommingen van plaatsnamen met hun geografische lengte- en breedtegraden (Ptolemaeus), of met opgave van afstanden (het Itinerarium Antonini).

 

 

De Tabula Peuteringiana. Dit is een Romeinse wegenkaart uit de vierde eeuw. Een ‘oprolbare reiskaart’ van 34 cm hoog en 6,75 m lang die het hele Romeinse Rijk bestrijkt. Van Nijmegen tot noord Afrika en van Engeland tot aan de Nijl Delta, Mesopotanië en Babylonië.

Peutinger, een zestiende-eeuwse geleerde uit Augsburg, heeft geijverd voor (her)uitgave van de enige kopie van een (verloren gegane) kaart uit de vierde eeuw.

Midden bovenin Noviomagi (Nijmegen).

 

Noordelijke weg, de Limesroute (=grens) langs de zuidelijke oever van de Rijn, voert van:

Fort (=castellum) Praetorium Agrippinae (Valkenburg ZH), via Castellum Albanianae (Alphen aan de Rijn), Nigrum Pullum (Zwammerdam), Levefano (Wijk bij Duurstede), Carvone (Kesteren), Castra Herculis (Meinerswijk Arnhem) naar Noviomagi.

 

Zuidelijke weg, op de noordoever van de Maas, gaat van: Forum Hadriana (Voorburg) naar Noviomagi.

 

Oostelijke weg van Noviomagi gaat naar: (H)Arenatio(um) (Rindern Kleve), Burginatio (Alt Kalkar) en Colo(nia) Traiana (Xanten).

 

Zuidelijke weg van Nijmegengaat naar: Ceuclum (Cuijk), Blariaco (Blerick) naar Atua(tu)ca (Tongeren).

 

Rechts van Atuaca, niet op dit fragment: Cortovallio (=Corivallo(um)) is Heerlen.

 

De zuidkant van dit fragment is bij Lyon en de rivier de Loire, zo’n 750 km zuid van Nijmegen. Terwijl de afstand van Noviomagi naar Arenatio (Rindern) zo’n 20 km is. Hier ziet men hoe slim de wegenkaart compact is gemaakt.